zondag 12 oktober 2014

* FRANCO (Congo/Zaïre) - door Ben Joosten *

Lego Blockhead: De afgelopen week zag ik op Facebook hoe wereldmuziekkenner Ben Joosten een monument opbouwde voor Franco (ivm diens 25e sterfdag op 12 oktober) aan de hand van een aantal liedjes die hij van tekst en uitleg voorzag. Het eerbetoon, dat ik met veel plezier en bewondering las, was leerzaam en het bewaren waard. Maar Facebook is een vluchtig medium. Vandaar dat uw Secret Museum vandaag graag plaats maakt voor Franco, met permissie vooraf van Ben. 
Onderstaande tekst is een bundeling van acht stukken (voor elk liedje een) van zijn hand, waarvoor dank!


Zondag 12 oktober 2014 is het 25 jaar geleden dat Franco overleed. En dan heb ik het dus niet over de Spaanse dictator, maar over de man die Le sorcier de la guitare werd genoemd, Franco de mi amor, Le Grand Maitre Franco Luambo Makiadi, de onbetwist grootste muzikant die Afrika ooit heeft gekend. 

Hiermee begon het. Op 6 juni 1956 debuteerde een nieuw dansorkest in Leopoldville, de hoofdstad van toenmalig Belgisch Congo. Sponsor was de OK Bar, van eigenaar Oscar Kashama, en dat verklaart meteen de naam van de band. Franco was net een maand van zijn achttiende verjaardag verwijderd. Een van de eerste platen geeft in de titel al meteen een briljante woordspeling op de bandnaam. Knock Out in de eerste ronde. 

Franco & OK Jazz - On entre OK, on sort KO (rec. 1956)

We vervolgen met een nummer uit de vroege jaren 60. Een van de zeldzame Franco composities waarin een vrouwenstem te horen is. De zangeres is waarschijnlijk Henriette Bora Uzima, een dame die in 1963 vier maanden lang deel uit maakte van OK Jazz alvorens ze door Tabu Ley Rochereau werd ontdekt en onder de naam Miss Bora werd toegevoegd aan de line up van African Fiesta.
Wie de zangeres ook is, het lied is prachtig. Een melancholieke, langzame rumba in een stijl die wel iets weg heeft van de Kaapverdiaanse morna, met dat onbestemde verlangen dat de Duitsers "Fernweh" noemen. Franco doet zijn tovertruc op de gitaar, ditmaal met veel echo en tremolo, er is een smachtende saxofoonsolo van (waarschijnlijk) Isaac Musekiwa, maar bovenal is er dat juweel van een stem. 

Franco & L' O.K. Jazz-Mosika Okeyi Zonga Noki (waarschijnlijk 1963, of anders evt. 1966)

Een minder bekend werkje van Franco uit de tijd dat de OK Jazz nog niet Tout Puissant was, maar wel op weg het te worden. Franco's gitaarstijl is lekker expressief en ook het arrangement laat veel ruimte voor traditionele muzikale invloeden, vooral in het ritmische vocale intermezzo. Terugkerende grap: het is koud, laten we de boel maar eens flink opstoken!
Franco & L' O.K. Jazz-Georgette (1971)
Franco had een ingewikkelde relatie met het regime van Zaïre - soms stelde hij zijn band beschikbaar voor propaganda doeleinden, bv in het beruchte verkiezingslied uit 1984 "Candidat na biso Mobutu", waarin de luisteraar twee plaatkanten lang wordt getracteerd op een lofzang op Onze Kandidaat. Maar op een ander moment verdween hij dan weer vanwege een of ander vaag vergrijp achter de tralies. Er was nogal wat stuurmanskunst nodig om als artiest en zakenman overeind te blijven in het Zaïre van maarschalk Mobutu, maar Franco leerde die kunst tot in de finesses beheersen.
Het was niet verstandig om je pijlen te richten op de grote leider zelf, maar de lakeien en de hielenlikkers waren een geliefd doelwit voor kritiek. Zoals in dit lied, Toyeba Yo (We kennen je), over verklikkers en informanten. "Ze vragen je hoe ik mijn geld verdien. In wat voor auto ik rij. Welke kleren ik draag. En jij brieft het allemaal over - voor geld. We kennen je wel. Je vrienden misbruiken, andermans leven kapotmaken, dat is alles wat jullie kunnen. We kennen je wel."
De besnorde zanger uiterst rechts in het rijtje is Sam Mangwana, die ik dit lied een paar jaar geleden nog zag zingen in Dizzy Mandjeku's Odemba OK All Stars, een band vol oudgedienden van de grote meester. Maar mooier dan in deze opname uit 1975 werd het niet. Excuses voor het beroerde geluid.

Franco TPOK Jazz-Toyeba Yo (1975)

Van sommige nummers hoef je de tekst niet te verstaan om de impact ervan te voelen. Franco's Kimpa Kisangameni is er zo een. Er zit een haast tastbare spanning in, met zijn dwingende ritme (waarin vooral de basgitaar van Decca Mpudi een prominente rol speelt) en spaarzame orkestratie, en dan is er tot tweemaal toe die vreemde onderbreking - tegen wie of wat is Franco daar zo woedend aan het ageren?
Kimpa Kisangameni wordt doorgaans vertaald met "gathering of witches". Een betere vertaling zou zijn: "er hangt kwaad in de lucht". Kikongo, de taal waarin gezongen wordt, is de taal van Franco's moeder, Mbonga Makiesse, en aan het slot van de video is een stukje interview te horen met Ntesa Dalienst, de in 1996 overleden zanger van OK Jazz (die in dit nummer overigens niet meedoet), waarin deze vertelt dat dit lied inderdaad tot Franco's moeder is gericht.
"Kijk uit, moeder! Boze krachten hebben zich in onze familie gedrongen en zijn erop uit om al je kinderen te doden. Mijn broer is al dood, en straks blijf jij helemaal alleen achter, zonder een zoon om je te begraven. Kijk uit, moeder!"
Die dode broer is een verwijzing naar Bavon Marie-Marie, Franco's jongere broer die in 1970 stierf na een auto-ongeluk. Zoals zoveel dingen in Afrika die mis gaan werd ook dit ongeluk aan hekserij toegeschreven. En soms werd er dan zelfs, achter zijn rug, met een vinger naar Franco zelf gewezen. Was die wel helemaal zuiver op de graat, met al dat geld en al dat succes - dat moest toch ergens vandaan komen? Nou dan!
Franco heeft zich vaker uitgesproken over magie en hekserij, maar zelden zo ondubbelzinnig als in dit nummer. Nu worden ook die woedende tirades duidelijk. Zoals in een van de commentaren onder de video staat: "Bungusa kwela tu kwela........ whoever franco was cursing never lived to see another day."
En achteraf... tja, achteraf wordt dan gezegd dat Franco in dit nummer zijn eigen dood, zes jaar later, voorspelde. Want inderdaad overleefde zijn moeder haar zoons en moest zij hem begraven, in plaats van andersom

Franco & le T.P.O.K. Jazz-Kimpa Kisangameni (1983)

In een ziekenhuisbed in Namen, België, in de nacht van 11 op 12 oktober 1989, omringd door familie en in gezelschap van bandlid en beste vriend Rondot Kasongo wa Kasongo, overleed Franco. Het was het trieste einde van een man die, met alleen zijn stem, zijn pen en zijn gitaar als wapen, het had weten te schoppen tot de ongekroonde koning van de Afrikaanse popmuziek en meer dan dat, want muziek is in Afrika nu eenmaal altijd meer dan zomaar iets.
Zes en een half jaar eerder, 
op 11 februari 1983, was in Parijs Joseph Kabasele overleden. Kabasele, alias le Grand Kallé, was de man met wie het allemaal begonnen was, de oprichter van de band African Jazz, de man die als eerste de Congolese rumba op de kaart had gezet. Het was Kallé's hete adem die Franco in zijn nek had voelen blazen toen hij zelf zijn eerste muzikale stappen zette. "Kallé", schreef hij naar aanleiding van diens overlijden, "is in het pantheon van de onsterfelijken getreden. Ik geef er de voorkeur aan de verleden tijd te vervangen door de tegenwoordige tijd: Kallé is en blijft waarachtig een steunpilaar van onze muziek."
Woorden van deze strekking zingt hij ook in het lied dat hij samen met zijn grootste concurrent (en voormalig African Jazz zanger) Tabu Ley Rochereau opnam, niet lang na de begrafenis van Grand Kallé. Kabasele in Memoriam is een ingetogen nummer. Het is een compositie van Tabu Ley en wordt ook door diens band uitgevoerd, Afrisa International. En met alle respect voor Rochereau, het was beter geweest als Franco de eindredactie van het nummer op zich had genomen. Hoe mooi en stijlvol het nu ook voortkabbelt, het mist iets; het heeft te weinig bite. Misschien is het dat wat de echte muzikale reuzen van de rest onderscheidt. 

Tabu Ley Rocherau & Franco - Kabasele In Memoriam (1983)

Als afsluiting van mijn eerbetoon aan Franco een nummer uit de late jaren 70. Het verscheen op een plaat die de eerste grote Europese tournee van de band moest memoreren en is zogenaamd live opgenomen; maar al het applaus dat op strategische momenten wordt ingemixt komt uit het geluidsarchief. 
Oh! Miguel is een van de meer ambitieuze Franco composities. Eigenlijk is het een soort suite, beginnend als een mooie, langzame rumba en na een aantal tempowisselingen eindigend op een traditioneel ritme, met karakteristiek Afrikaans vraag- en antwoordzang. Het thema van het lied schijnt de discutabele Europese invloed op de Afrikaanse geschiedenis te zijn; en misschien is dan de Miguel die wordt bezongen de beroemde Don Miguel de Castro, een van de gezanten die in het begin van de 17e eeuw door de Bakongo koningin Nzinga Mbandi naar Brazilië werd uitgezonden om te onderhandelen met het Hollandse bewind. Don Miguel is beroemd geworden omdat zijn portret, geschilderd door Albert Eckhout, bewaard is gebleven (het is te vinden via google). Het toont een Afrikaanse edelman met breedgerande hoed en kanten kraag. Hoe de onderhandelingen zijn verlopen is niet bekend; maar het is wel een feit dat in diezelfde tijd de Nederlandse bemoeienis met de slavenhandel begon, en dat de eerste slaven Congolezen waren die werden verscheept naar Brazilië.
Als dat allemaal zo is dan krijgt dit nummer nog een extra lading. Maar ook wanneer het toch anders blijkt te liggen blijft Oh! Miguel een compositorisch hoogstandje en een fraai voorbeeld van wat de TPOK Jazz in zijn topjaren als orkest in zijn mars had. 

Franco & le T.P.O.K. Jazz-Oh! Miguel (1978)


-----------------------------------
Ben's bonus:
Een van mijn favoriete OK Jazz nummers is niet geschreven door Franco, maar door de man die jarenlang zijn rechterhand was, gitarist en chef d'orchestre Simaro Massiya Lutumba, bijgenaamd le poète. Simaro schreef tientallen composities voor de band, met lange, vaak filosofisch getinte teksten. Radio Trottoir, uit 1975, is een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre. Inhoudelijk is het een ondubbelzinnige waarschuwing tegen de gevaren van roddel en achterklap - Radio Trottoir in de straattaal van franstalig Afrika - maar wat het nummer briljant maakt is de manier waarop het wordt uitgevoerd. Hoe bijvoorbeeld zangers Youlou Mabiala en Ntesa Dalienst tegen elkaar opbieden wie het mooiste kan zingen. En dan dat arrangement! Zelden werd een lied opwindender georkestreerd: felle gitaarpartijen, opzwepende drumbreaks, en vooral dat telkens weer terugkerende vraag- en antwoordspel tussen de kopersectie en de saxofoons. Dit is de OK Jazz op zijn allerbest. Wie bij dit alles stil kan blijven zitten heeft iets niet helemaal goed begrepen

Simaro Massiya Lutumba-Radio Trottoir (1975)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten